Bel ons: 055 303 22 57 of stuur een email: secretariaat@ppcnpc.nl

Maatschap P&P Consult Maatschap P&P Consult

ASS (Autisme Spectrum Stoornis)

ASS komt bij zowel mannen en vrouwen met een verstandelijke beperking en een normaal tot hoge intelligentie voor. ASS is soms direct herkenbaar maar kan ook heel verborgen zijn en moeilijk herkenbaar.

Wat typeert mensen met een ASS:

Voor mensen met een autisme spectrum stoornis (ASS) geldt dat de informatieverwerking in de hersenen anders verloopt dan bij anderen:

  • De prikkels komen te sterk of te zwak binnen en worden op een andere manier vervormd of waargenomen.
  • Men neemt de informatie gefragmenteerd waar. Men pikt de details uit een verhaal en deze worden vaak verkeerd aan elkaar gekoppeld en men kan een andere betekenis geven aan mensen, voorwerpen en gebeurtenissen. Deze worden op een of andere manier niet met elkaar in verband gebracht en gaan over meer schakels in de hersenen.
  • Men begrijpt vaak de context ( het hele verhaal) niet waardoor men minder efficiënt met de informatie om kan gaan.
  • Men kan hoofdzaken en bijzaken moeilijk scheiden en blijft hangen in details.
  • Men heeft van kinds af aan al het idee dat men anders is als andere mensen. Men voelt zich regelmatig iemand die kijkt naar een wereld die door allerlei onduidelijkheden aan elkaar hangt.
  • Alle informatie loopt door elkaar heen en er is geen overzicht. Het totaal plaatje ontbreekt. Men heeft het idee dat de ander over allerlei zaken praat die er niet toe doen.
    Informatie moet nuttig en hanteerbaar zijn.

De manier waarop mensen met een ASS de taal gebruiken, kan op anderen vreemd over komen.
Sommige praten niet of nauwelijks of praten alleen als er iets aan hen gevraagd wordt. Anderen praten wel of zelfs heel veel maar op een ‘vreemde’ manier.

Iemand met ASS snapt regelmatig de inhoud van de taal niet (goed). (de taal letterlijk nemen, associëren, beeld-denken) Men heeft moeite met snel en soepel omschakelen naar een ander onderwerp. Men is vaak afgeleid door ruis ( geur, geluid, licht, aanraking). Men kan primair op de intonatie van de stem van de ander reageren i.p.v. op de inhoud van het gesprek.

Ook de Non-Verbale communicatie (gebaren, lichaamshouding en gezichtsuitdrukking) is vaak anders. Iemand met ASS heeft moeite met herkennen van emoties/gevoel bij zichzelf en de ander. Dit wil niet zeggen dat hij of zij geen gevoelens heeft of zoals men vaak denkt dat men gevoelloos is maar men herkent de emoties/gevoelens niet en kan deze dan niet benoemen. Hij of zij kijkt vaak mensen niet aan. Draait ogen en/of gezicht af of kijkt naar boven/beneden. Via de ogen komt veel informatie binnen. Iemand met ASS kan deze informatie niet goed “lezen” en verwerken.

In gesprekken is er vaak geen wederkerigheid. Hij of zij is erg op zichzelf gericht en voert vaak een gesprek uit beleefdheid. Een deel van de mensen heeft behoefte aan contact maar heeft moeite met het vorm geven van het contact. Het gesprek voeren kost veel energie. Men vindt het moeilijk om echte interesse te hebben of dit te laten zien. Men heeft moeite om de informatie snel te verwerken en heeft langer tijd nodig om antwoord te kunnen geven. Dit wordt regelmatig verkeerd ingeschat door de gesprekspartner en daarom als desinteresse gezien. Het later antwoord geven, kan ook een reden zijn waarom mensen met ASS in gesprekken de plank zo vaak misslaan en dan niet meer deel kunnen nemen aan het gesprek.

Iemand met ASS is geneigd om altijd over de zelfde onderwerpen te willen praten of hier te veel over uitweiden. Men kan een vraag stellen aan een ander, wacht het antwoord af en begint over een onderwerp wat voor hem/haar van belang is en de interesse in de ander lijkt verdwenen. Men trekt zich vaak terug omdat het omgaan met mensen zoveel moeite en energie kost.

Mensen met ASS en tevens met een hoge intelligentie zijn in staat om bepaalde moeilijkheden met sociale interacties te compenseren en te camoufleren. Men probeert via alternatieve strategieën zo normaal mogelijk over te komen en optimaal te overleven maar is vaak niet in staat om het intermenselijk verkeer te begrijpen.

Hij of zij heeft behoefte aan voorspelbaarheid en kan zich vasthouden aan bepaalde rituelen, gewoontes of helemaal op gaan in het werk of hobby. Dit geeft houvast, structuur en overzicht aan het leven. Men kan hier moeilijk van afwijken en heeft moeite met veranderingen. B.v. het niet doorgaan van een afspraak, omgooien van een lesrooster, wisseling van lokaal of kantoor, bussen en treinen die op andere tijden rijden.

Het begin van een nieuwe opleiding, studie of een baan, relatie, gezin kan iemand van slag brengen of zelfs ontregelen. De gedachten lopen door elkaar heen en men kan zich niet meer focussen en adequaat reageren. Men kan in paniek raken, angstig, erg boos of agressief worden of zich in zich zelf terug trekken. Men is vaak zelf niet in staat om dit gedrag te door breken en heeft een ander nodig die helpt om weer tot rust te komen.

Veel mensen met ASS hebben zich een manier aangeleerd om hier mee om te gaan in het dagelijks leven op school, het werk en in het verkeer of in gezin. Dit vergt echter veel inspanning en energie.

Iemand met ASS is vaak thuis tot niet veel meer in staat. Is moe en uitgeblust en komt aan ontspanning niet toe. Men trekt zich terug en zoekt een uitlaatklep in sport, computer/gamen, dieren, alcohol, drugs, gokken, muziek, tv, puzzelen, tekenen, lezen, schilderen enz. Dit om de gedachten en de negatieve ervaringen buiten te sluiten. Dit kan regelmatig leiden tot het omdraaien van het dag- en nachtritme omdat men zich “verliest” in het geen waar men mee bezig is en geen tijdsbesef meer heeft. Het kan gebeuren dat men niet meer in staat is om verantwoordelijkheid te dragen voor school, werk, gezin en men in een negatieve spiraal terecht komt.

Als dit te lang duurt, kan men ziek worden, stoppen met de studie, baan kwijtraken en zich steeds meer terugtrekken en zich nog meer gaan vasthouden aan de vaste rituelen en zich verliezen in een uit de hand gelopen “hobby” ( P.O).

Dit kan een moment zijn dat men zelf of familie op zoek gaat naar hulp.

De kenmerken even op een rijtje:

  • Moeite met hoofd en bijzaken scheiden. Snel te veel informatie. (Vol hoofd)
  • Moeite met beurtwisseling in gesprek.
  • Moeite met overgangssituaties b.v. wisseling van seizoenen.
  • Moeite met richten van de aandacht.
  • Aandacht- en concentratieproblemen.
  • Behoefte aan voorspelbaarheid.
  • Men zoekt veiligheid in repeterende handelingen en gaat op zoek naar routines en structuren.
  • Men houdt zich vast aan de structuur die men heeft kunnen ontdekken.
  • Men heeft weerstand tegen veranderingen.
  • Problemen met plannen en organiseren en uitvoeren.
  • Gevoelig voor geluid, licht en geur
  • Fascinatie met prikkels: overmatig ruiken of aanraken
  • Onder gevoelig : prikkels komen niet door. Grenzen/ziek zijn niet voelen. Honger/verzadiging.
  • Vermijd oogcontact of kijkt iemand indringend aan.
  • Taalgebruik: formeel, monotoon met weinig expressie, staccato(hakkelig),
  • Neemt taal letterlijk, associatief denken, beeld-denken
  • Snapt geen uitdrukkingen, grapjes
  • Echolalie
  • Moeite met beantwoorden van open vragen. (Waarom?)
  • Niet kunnen verplaatsen in gedachten en gevoelens van een ander.
  • Moeite met begrijpen, voorspellen van gedrag van de ander en hier gepast op reageren.
  • Weinig behoefte aan communicatie via gesprek/telefoon. Heeft liever contact via mail, WhatsApp of sms.
  • Contact wordt veelal als vermoeiend ervaren. Contact is veelal gebaseerd op gedeelde interesses.
  • Vriendschap sluiten en behouden verloopt moeizaam.
  • Uitstekend geheugen voor details. Kunnen zaken van jaren terug halen op datum, dag en tijd. Vaak geheel uit context gehaald en voor een ander niet altijd te volgen. Maar kunnen zich dagelijkse zaken van een paar dagen terug niet herinneren.
  • Houterige motoriek. Bepaalde manier van lopen, staan.
  • Vrije tijd is lege tijd. Deze moeilijk in kunnen vullen.
  • Andere tijdsbeleving.
  • Andere ruimte beleving.
  • Andere persoonsbeleving.
  • Kan niet of met moeite generaliseren: Een vaardigheid die in de ene situatie aangeleerd is, kan men meestal met moeite of helemaal niet toepassen in de andere situatie.
  • Moeite met scheiden fantasie en werkelijkheid. Nemen taal letterlijk. Van tv en/of uit boeken kunnen dingen letterlijk overgenomen worden.
  • Rigide denkpatronen die moeilijk te doorbreken kunnen zijn.
  • Vaste routines en rituelen.
  • Verzameldwang.
  • Motorische onhandigheid (houterige motoriek) en coördinatieproblemen.
  • Naast de vele problemen die mensen met ASS in het dagelijks leven tegen komen, hebben zij de bijzondere kwaliteiten waar zij echt in kunnen uitblinken waar b.v. vele werkgevers, de muziekwereld en kunstgaleries erg blij mee zijn.

Door het goed kunnen focussen en zich op zo’n moment kunnen uitsluiten van omgevingsprikkels is men in staat zich te richten op details waardoor men goed kan zijn in ontwerpen, tekenen, computers, schilderen, training en verzorging van dieren, tekenen en schrijven van stripboeken met zeer specifieke humor.

Het zijn trouwe, hard werkende mensen. Men laat zich niet afleiden door het sociale gebeuren om hen heen met een uitstekend geheugen voor feiten en data, uitstekend technisch lezen, oog voor details en het opmerken van detailfouten, een uitmuntende visueel-ruimtelijke vaardigheden (puzzels maken, kaartlezen), zeer goed kunnen omgaan met technische zaken, een kunnen volhouden totdat iets volledig afgewerkt is, een zeer goede zin voor perfectie, systematiek en orde, een zeer groot rechtvaardigheidsgevoel en eerlijkheid en objectiviteit.